Als werknemer krijg je elk jaar automatisch in mei je vakantiegeld uitbetaald: 8% van je jaarsalaris. Als ZZP'er bestaat die automatische uitkering niet. Jij bent zelf verantwoordelijk voor een financiele buffer zodat je vakantie kunt nemen zonder dat je bankrekening leegloopt. Klinkt ingewikkeld, maar met de juiste aanpak is het heel goed te regelen. In dit artikel lees je hoe je berekent wat je nodig hebt en welke drie methoden je kunt gebruiken om vakantiegeld als ZZP'er te sparen.
Als zelfstandige val je niet onder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Die wet verplicht werkgevers een vakantietoeslag van minimaal 8% te betalen aan werknemers. Jij bent geen werknemer van jezelf — je bent ondernemer. Dat betekent dat er geen instantie is die elk mei een extra bedrag naar je rekening stuurt.
De praktijk is ruw: je neemt twee weken vakantie, je factureert in die periode niets, maar je vaste lasten lopen gewoon door. Huur, abonnementen, verzekeringen, telefoon — ze stoppen niet als jij op het strand ligt. Wie hier niet op anticipeert, merkt na de zomer dat de rekening flink lager staat dan verwacht.
Er is nog een complicatie: ook ziekte valt niet automatisch op. Als werknemer heb je recht op doorbetaling bij ziekte. Als ZZP'er stopt je inkomen zodra jij stopt met werken. Vakantiegeld en een ziekteBuffer zijn dan ook twee kanten van dezelfde medaille: je moet ze allebei zelf regelen.
De makkelijkste manier om te berekenen wat je nodig hebt, is de 8%-methode — dezelfde maatstaf als voor werknemers. Je berekent 8% van je bruto jaarinkomen (je omzet minus kosten, dus je winst vóór belasting).
| Jaarwinst (vóór belasting) | 8% vakantiegeld | Per maand reserveren |
|---|---|---|
| € 30.000 | € 2.400 | € 200 |
| € 50.000 | € 4.000 | € 333 |
| € 70.000 | € 5.600 | € 467 |
| € 90.000 | € 7.200 | € 600 |
Let op: dit is een minimale richtlijn. Als je ook rekening wilt houden met ziektedagen, een langere vakantie of onverwachte uitval, is het verstandig 15% tot 20% van je maandelijkse netto-inkomsten apart te zetten als totale buffer. Dat klinkt veel, maar het geeft aanzienlijk meer financiele rust.
De eenvoudigste methode is een aparte zakelijke spaarrekening openen en daar elke maand een vast bedrag op storten. Stel je hebt een jaarwinst van rond de € 60.000. Dan reserveer je elke maand € 400 (= 8% van € 60.000 gedeeld door 12). In mei — de traditionele vakantiegeld-maand — of vóór je vakantie haal je dit bedrag op en gebruik je het als je vakantiebudget.
Voordelen van deze methode:
Nadeel: het vereist discipline. Als je de spaarrekening aanboort voor andere dingen, is je vakantiegeld weg.
Een andere aanpak is om je uurtarief zo te berekenen dat vakantiegeld er al in zit. Dit is feitelijk wat grote opdrachtgevers soms doen: je ZZP-tarief is hoger dan een vergelijkbaar werknemerssalaris, omdat jij zelf je vakantiegeld, pensioen en verzekeringen moet regelen.
De formule voor het berekenen van een uurtarief inclusief vakantiegeld:
Je bakt dit allemaal in je uurtarief en je hoeft je achteraf geen zorgen te maken — als je genoeg factureert, is de buffer er al.
De meest flexibele methode is om een vast percentage van elke factuur te reserveren. Als je € 5.000 factureert in januari, zet je direct € 400 (8%) apart. Factureer je in februari € 8.000, dan zet je € 640 apart. Deze methode past zich automatisch aan aan je werkelijke omzet en zorgt dat je reserveringen evenredig zijn met je inkomen.
Dit werkt goed als je wisselende inkomsten hebt, wat voor veel ZZP'ers het geval is. Je reserveert meer in drukke maanden en minder in rustige maanden.
Als ZZP'er heb je geen vakantiedagen die je “opneemt” in de juridische zin. Je bent vrij om te gaan en staan waar je wilt. Maar er zijn wel praktische overwegingen:
Geef je opdrachtgevers minstens vier tot zes weken van tevoren aan wanneer je vakantie neemt. Zo kunnen zij hun planning aanpassen en hoef jij je geen zorgen te maken over dringende vragen terwijl je op vakantie bent. Stuur ook een out-of-office antwoord in via je e-mail.
Als je lopende projecten hebt, zorg dan dat kritieke taken vóór je vakantie zijn afgerond of dat een collega-ZZP'er het tijdelijk overneemt. Dit is ook een argument voor het hebben van een netwerk van andere freelancers.
In sommige sectoren is er in augustus of rond de jaarwisseling weinig werk. Die periodes zijn ideaal voor vakantie: je misloopt minder opdrachten. In andere sectoren — zoals accountancy rond belastingseizoen — wil je juist érgens anders heen.
Vakantiegeld heeft geen directe invloed op je btw-aangifte. De btw die je afdraagt, is gebaseerd op de facturen die je verstuurt en de btw op zakelijke inkopen (de voorbelasting). Als je twee weken op vakantie bent en niet factureert, geef je gewoon minder btw op in dat kwartaal. Er zijn geen bijzondere regels voor vakantieperiodes.
Het gespaarde vakantiegeld behoort tot je vermogen maar wordt pas belast als je het “verdient” — in de vorm van winst. Er is geen aparte belastingheffing op vakantiegeld voor ZZP'ers. Het bedrag dat je op je spaarrekening hebt staan, telt wel mee als vermogen in box 3 als het meer dan € 57.684 (vrijstelling 2026) bedraagt, maar voor de meeste ZZP'ers is dit niet een probleem.
Wat wel belangrijk is: door vakantie te nemen en minder te factureren, daalt je jaarwinst. Dat kan gunstig zijn voor je belastingdruk, maar zorg dat je netto-inkomen na belasting voldoende is om ook tijdens vakantie je vaste lasten te dekken.
Fiskr helpt je je financien inzichtelijk te houden, zodat je precies weet wat je kunt reserveren voor vakantie. Automatisch overzicht van je omzet, kosten en wat er netto overblijft — elke maand up-to-date.
Gratis starten →