Als ZZP'er ben je vrij, maar die vrijheid heeft een keerzijde: val je uit door ziekte of een ongeluk, dan is er geen werkgever die jouw salaris doorbetaalt. De WIA — de arbeidsongeschiktheidsverzekering die loontrekkenden beschermt — geldt niet voor zelfstandigen. Een AOV-verzekering dicht precies dat gat. In dit artikel lees je wat een AOV precies inhoudt, waarom het zo belangrijk is, wat je mag verwachten te betalen en hoe je belasting bespaart op je premie.
AOV staat voor Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het is een verzekering die jou een maandelijkse uitkering geeft als je door ziekte of letsel (tijdelijk of blijvend) niet meer kunt werken. De hoogte van die uitkering, hoe lang je op de uitkering moet wachten en hoe lang die uitkering loopt, bepaal je zelf bij het afsluiten van de polis.
Er zijn drie basisvormen van AOV voor ZZP'ers:
Wordt een AOV verplicht? Het kabinet wil vanaf 2030 een verplichte basisverzekering voor zelfstandigen (de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen). Dat is nog een wetsvoorstel: de Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen. Volgens het voorstel keert die verzekering pas uit na twee jaar ziekte, gaat het om 70% van je belastbare winst en maximaal het minimumloon, en wordt de premie maximaal zo'n € 171 per maand. Heb je een eigen AOV die minstens even goed is, dan kun je je volgens het voorstel afmelden. Tot die tijd is een AOV vrijwillig. Bron: KVK.
Veel ZZP'ers denken: "Het overkomt mij toch niet." Maar uitval kan iedereen overkomen. Denk niet alleen aan een ernstig ongeluk — burn-out, hernia, kanker of een gebroken pols kunnen al weken of maanden uitval veroorzaken.
Wat er zonder AOV gebeurt:
Een AOV zorgt er voor dat je bij uitval een inkomen behoudt dat past bij jouw levensstijl en vaste lasten. De vuistregel is: verzeker 70 tot 80 procent van je netto inkomen. Dat is genoeg om je hypotheek te betalen en toch iets in te leveren — de prikkel om weer aan de slag te gaan blijft bestaan.
De premie van een AOV is geen vaste prijs. Een groot aantal factoren bepaalt wat jij uiteindelijk betaalt. De belangrijkste zijn:
Hoe jonger je bent, hoe lager de premie. Een 28-jarige tekstschrijver betaalt aanzienlijk minder dan een 50-jarige consultant die dezelfde polis wil afsluiten. Hoe eerder je een AOV afsluit, hoe meer je bespaart over de hele looptijd.
Verzekeraars delen beroepen in in risicoklassen. Een architect of consultant (kantoorwerk, laag fysiek risico) zit in een lagere risicoklasse dan een stukadoor of fietskoerier. Hoe hoger de risicoklasse, hoe hoger de premie.
De eigen risicoperiode is de periode na je uitval waarna de verzekering pas uitkeert. Veelgebruikte periodes zijn 14 dagen, 30 dagen, 60 dagen, 90 dagen of 180 dagen. Hoe langer de wachttijd, hoe lager je maandpremie. Als je een buffer van zes maanden hebt, kies dan rustig voor 180 dagen wachttijd en bespaar substantieel op je premie.
Je kunt kiezen hoeveel procent van je beroepsinkomen je verzekert (doorgaans 60 tot 80 procent) en hoe lang de uitkering loopt (twee jaar, vijf jaar, of tot aan pensioen). Dekking tot aan pensioen is het duurste, maar ook het meest compleet.
Dit is het meest over het hoofd geziene punt. Er zijn twee gangbare definities:
Kies altijd voor beroepsarbeidsongeschiktheid als je een gespecialiseerd vak uitoefent.
Bij het afsluiten vul je een gezondheidsverklaring in. Bestaande aandoeningen kunnen leiden tot uitsluitingen in de polis of hogere premies. Dit is ook een reden om zo vroeg mogelijk een AOV af te sluiten — voor je gezondheidsproblemen ontwikkelt.
Dat verschilt sterk. Je leeftijd, je beroep, je wachttijd, de hoogte van de uitkering en hoe lang die loopt bepalen samen de premie. Een vast bedrag dat voor iedereen klopt bestaat dus niet. Vraag bij een paar verzekeraars of via een onafhankelijke adviseur een offerte op voor jouw situatie.
Ter vergelijking: de geplande verplichte basisverzekering kost volgens het voorstel maximaal zo’n € 171 per maand, maar keert pas uit na twee jaar ziekte en maximaal op het niveau van het minimumloon.
De AOV-markt is complex. Niet elke verzekeraar hanteert dezelfde definities, uitsluitingen of uitkeringsprotocollen. Doe het volgende om de juiste keuze te maken:
De premie van een AOV met een uitkering in termijnen mag je aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting, als uitgave voor inkomensvoorzieningen. Daar staat tegenover dat een uitkering later belast is. Een verzekering die in één keer een vast bedrag uitkeert is niet aftrekbaar.
Concreet: als je in de schijf van 37,56% valt (2026) en €1.800 per jaar AOV-premie betaalt, bespaar je €676 aan belasting. De netto jaarkosten zijn dan €1.124. Betaal je €3.600 per jaar (hogere premie of hogere uitkering), dan is je belastingbesparing €1.352 en betaal je netto €2.248.
Hoe claim je dit? Je vult de betaalde premie in bij de uitgaven voor inkomensvoorzieningen in je aangifte inkomstenbelasting. Bewaar altijd je jaaropgave van de verzekeraar als bewijs voor de Belastingdienst.
Let op: als je via een BV werkt, betaalt de BV de premie en is die aftrekbaar als bedrijfskosten. De uitkering is dan belast als loon. Laat je hierover adviseren door je boekhouder.
Fiskr helpt je met eenvoudige boekhouding, BTW-aangifte en inzicht in je winst — zodat je altijd weet hoeveel je reserveert voor premies en belasting. Probeer het gratis.
Gratis starten →